Boven verwachting

Boven verwachting

Een verhaal over hoe God ons kan gebruiken voor Zijn werk.

Lang geleden stonden op een heuvel drie jonge bomen. Ze droomden van wat ze wilden worden als ze groot waren. De eerste boom keek naar de sterren en zei: 'Ik wil een schat bewaren. Ik wil bekleed worden met goud en gevuld met kostbare stenen. Ik word de mooiste schatkist in de hele wereld.' De tweede kleine boom keek naar het stroompje water dat beneden voorbij kronkelde op weg naar de oceaan. 'Ik wil over verre wateren reizen en machtige koningen vervoeren. Ik wil het machtigste schip ter wereld worden.' De derde kleine boom keek naar de vallei beneden waar ijverige mannen en vrouwen aan het werk waren in een stadje. 'Ik wil helemaal niet weg van deze heuveltop. Ik wil zo groot worden dat de mensen later, wanneer ze hier voorbijkomen en naar mij kijken, hun ogen naar de hemel richten en aan God denken. Ik wil de grootste boom van de wereld worden.' 

Er gingen heel wat jaren voorbij. De regen kwam, de zon scheen en de kleine bomen groeiden en groeiden. Op een dag kwam de houthakker de heuvel op. Hij keek naar de eerste boom en zei: 'Dit is een prachtige boom, daar heb ik een mooie bestemming voor.' En met een paar zwaaien van zijn blinkende bijl ging de eerste boom tegen de vlakte. 'Nu gaan ze een mooie kist van mij maken en zal ik een kostbare schat in mij dragen', dacht de eerste boom. De houthakker keek naar de tweede boom en zei: 'Dit is echt een sterke boom. Hij is de perfecte boom voor wat ik in gedachten heb.' En met een paar zwaaien van zijn blinkende bijl viel ook deze boom op de grond. 'Nu zal ik binnenkort verre oceanen bevaren', dacht de tweede boom. 'Ik word een groot schip dat machtige koningen zal vervoeren.' De derde boom zag de houthakker aankomen en zijn droom om tot in lengte van dagen op de heuveltop te staan, viel in duigen. 'Deze reus is vast ergens goed voor', zei de houthakker en met een paar zwaaien van zijn blinkende bijl viel ook de derde boom om. 

De eerste boom was blij toen hij de werkplaats van de timmerman werd binnengebracht. Nu zou zijn droom uitkomen. Maar de timmerman maakte een voederbak voor dieren uit zijn hout. De eens zo fiere boom werd niet met goud bekleed en er kwam geen kostbare schat in hem. Hij werd gevuld met hooi voor hongerige dieren. De tweede boom glimlachte toen de houthakker hem naar een scheepswerf bracht. Maar het lachen verging hem al snel. Er werd die dag helemaal geen machtig zeilschip gebouwd. Hij werd in stukken gezaagd en van de planken werd een eenvoudige vissersboot getimmerd. Hij was te klein en te zwak om op oceanen te varen. In plaats daarvan werd hij naar een meer gebracht. De derde boom was totaal in de war toen de houthakker hem in een paar grote stukken hakte, en hij zonder meer werd achtergelaten op een grote houtstapel. 'Wat gebeurt er toch met me?', dacht de eens zo machtige boom. 'Alles wat ik wilde was op de heuvel blijven staan om de mensen naar God te wijzen.'

Weer gingen er heel wat dagen en nachten voorbij. De drie bomen waren hun mooie, vroegere dromen helemaal vergeten. Wat heeft het immers voor zin om stil te staan bij dromen die nooit meer uit zullen komen...

Op een nacht werd de eerste boom verlicht door heldere sterren toen een jonge vrouw haar pasgeboren baby in de voederbak legde. 'Ik had zo gehoopt dat ik een wiegje voor hem had kunnen maken', fluisterde haar man. De vrouw nam zijn hand in de hare en glimlachte omdat het licht zo teer op dat vuile en ruwe hout scheen. 'Dit wiegje is prachtig', zei ze. En plotseling besefte de eerste boom dat hij op dit moment de kostbaarste schat van de hele wereld bevatte. 

Jaren later vervoerde een oude boot een groep van dertien mannen over het meer van Galilea. Een van de mannen viel in slaap terwijl het scheepje langzaam over het grote meer voer. Ineens begon het te bliksemen en stak er een vreselijke storm op. De kleine boot kraakte in al zijn voegen. Hij wist dat hij niet sterk genoeg was om zoveel reizigers veilig door deze vreselijk hoge golven te vervoeren. Er was grote paniek aan boord. Roepende mannen, angst in hun stemmen. Totdat de slapende man wakker werd. Hij stond rechtop, strekte zijn hand uit en zei: 'Wees stil.' Toen ging de storm, net zo plotseling als hij gekomen was, weer liggen. De tweede boom begreep op dat moment dat hij de Koning van hemel en aarde aan boord had. 

Op een vrijdagochtend werd de rust van de derde boom ruw verstoord toen er twee stukken van zijn stam weggehaald werden van die grote houtstapel. Hij wist niet wat er gebeurde toen hij op de schouders van een man langs een woedende menigte gedragen werd. Hij sidderde toen de soldaten de handen en voeten van een man aan zijn stam vastnagelden. Hij voelde zich angstig, schuldig en ellendig. Dit had hij nooit vermoed, nooit gewild. Hij, de grote reus, die zo graag naar God wilde wijzen, werd gebruikt als een hout van vervloeking en dood. Maar de volgende zondagochtend, toen de zon opkwam en de aarde beefde van vreugde, zag de boom vanaf zijn hoge plek een open graf. De plaats waar ze drie dagen geleden de man hadden neergelegd die hij gedragen had. Daar liep Hij, levend en wel, door de tuin. Engelen jubelden, de dood had plaats moeten maken voor het leven. En de boom besefte dat toen de mensen hadden opgekeken naar het kruis, ze Gods liefde hadden gezien. Voortaan zouden mensen zo vaak ze naar hem keken aan God denken. 

Overgenomen uit: Lijden in Gods hand, Christa Rosier, pagina 99-101. 

Marijke