Pinksteren

Vandaag vieren wij Pinksteren. We herdenken de uitstorting van de Heilige Geest. Ik las een overdenking die die gebeurtenis in het licht stelt van Genesis 11:2. Daar roept God Abram met de belofte dat Hij hem zal zegenen en dat Abram zelf een bron van zegen zal zijn. Abram wordt weggeroepen uit zijn vertrouwde omgeving. Hij moet loskomen van oude patronen om het nieuwe leven onder de zegen van de Heer te kunnen ontvangen. Die zegen ervaart hij door voorspoed, rijkdom, bekendheid, maar ook door geestelijke zaken: vertrouwend geloof, de kracht van God, de ervaring van Diens tegenwoordigheid. En vanuit die zegen kan Abram ook zelf tot zegen zijn voor zijn omgeving en voor alle mensen die na hem gekomen zijn. 

Zo roept ook Petrus in Handelingen 2:38 de mensen op: Keer u af van uw huidige leven... ..., dan zal de Geest u geschonken worden want voor u geldt deze belofte.

Daar kan ik weleens even bij stilstaan. Ik heb ook de zegen van God ontvangen, maar ben ik dan ook zelf een bron van zegen? Leef ik zo dat door mij de aanwezigheid van God in mijn leven zichtbaar wordt? Dat wringt. Net als Abram en de Joden die door Petrus werden aangesproken leef ik ook mijn leven zo goed en zo kwaad als het gaat, maar de grote ommezwaai? Moeilijk. 

Daarom: Ik wil me laten zegenen door de Vader met Zijn Geest. De werking van de Geest verbindt mij met Christus. Door Zijn voorbeeld na te volgen kan ik zelf ook een bron van zegen zijn en dienstbaar voor mijn omgeving. Dan hoef ik niet overal goed in te zijn. Met gaven die de Geest niet aan me gaf hoef ik mijn omgeving niet te dienen. Maar misschien wel met gaven die ik wel gekregen heb. 

Han