Het nieuwe jaar

Zo aan het begin van het nieuwe jaar hebben we de gewoonte even stil te staan. We denken na over wat het afgelopen jaar ons gebracht heeft en vragen ons af wat in het nieuwe op ons af zal komen. 

Je kunt er wat cynisch over doen: een mens kan niet in de toekomst kijken en het oprakelen van gebeurtenissen uit het voorbije jaar heeft geen toegevoegde waarde. Iemand schreef dat hij het nieuwe jaar was 'binnengestruikeld' met de last van de bagage van vorig jaar nog bij zich en die waar hij dit jaar al weer aan vast zit er ook nog bij. 

Toch klinkt dat wat negatief. Je kunt ook zeggen dat je dankbaar bent dat God je in het afgelopen jaar bewaard heeft voor onheil en dat je er op vertrouwt dat Hij het komende jaar ook weer voor je zal zorgen. 

Als je dat vertrouwen niet hebt kan het niet anders dan dat je vervalt tot wanhoop. De kerkvader Augustinus heeft daar ooit op gewezen in een preek over Judas Iskariot. Toen die berouw kreeg wist hij in zijn blinde wanhoop niks anders te doen dan zich te verhangen. Hij offerde zichzelf, zag geen toekomst meer. Augustinus zegt daarover dat God in Zijn scheppingsorde voorzien heeft dat Hij Zelf een Offer zou moeten brengen om genezing te schenken voor alles wat mensen misdaan hebben. Als je zo weet dat er Iemand is die al je fouten en verkeerde dingen op Zich genomen heeft, dan mag je je bevrijd weten en kun je de toekomst met vertrouwen tegemoetzien. Dan ben je dankbaar dat God erbij is geweest in het voorbije jaar en dat Hij er ook in het nieuwe jaar bij zal zijn. 

Han